Volgende tekst hebben we overgenomen van de
Dienst Sport van de Stad Genk, Stedelijk Sportcentrum, Emiel Van Dorenlaan 144, 3600 Genk

SPORT VOOR ALLEN TE GENK
10 TIPS VOOR OUDERS MET SPORTIEVE KINDEREN

Door allerlei omstandigheden (verstedelijking, toegenomen wegverkeer, minder sport op school), zijn de mogelijkheden van kinderen om aan sport te doen aanzienlijk verminderd. Wil men kinderen toch nog voldoende kansen geven op voldoende lichaamsbeweging, is men grotendeels aangewezen op sportbeoefening buiten schoolverband in een club of vereniging. Onze kinderen moeten echter gemotiveerd zijn en de kansen krijgen om zich bij een club aan te sluiten. Als ouders hebben we hier een belangrijke taak.

Wij geven je 10 tips mee om je kinderen hierbij te helpen:

 
1. Moedig je kinderen aan en geef voorrang aan hun sport.
Geef ze het goede voorbeeld: doe zelf aan sport, maar dwing ze nooit om jouw ambities waar te maken.
 
2. Kies een sportclub waar kindgericht gewerkt wordt.
Focus ook niet te vroeg op 1 sport: verschillende ervaringen zijn een goede basis.
 
3. Zorg vroeg voor positieve ervaringen. Ondersteun ze met aanmoedigingen.
 
4. Laat ze sport doen op hun eigen niveau. Help ze om realistische doelen te stellen. Benadruk het plezier en vermijd prestatiedruk. Maak je kinderen duidelijk dat sport meer is dan winnen of verliezen.Er is ook nog gezondheid, vriendschap, uithouding, durf, samenwerking, enz...
 
5. Leer ze dat groepsinzet en inspanning even belangrijk zijn ale een overwinning. Blijf positief, ook na verlies. Sportieve mislukkingen zijn nooit persoonlijke mislukkingen.
 
6. Applaudiseer voor goed spel, zowel van jouw kind als van een tegenstander.
 
7. Trek de scheidsrechter in het openbaar nooit in twijfel en laat je waardering voor de trainers blijken.
 
8. Laat je kinderen stilaan zelf prestatienormen bepalen.
 
9. Breng evenwicht tussen sporteisen en behoeften van het gezin en de school. Moedig ook andere interesses dan sport aan.
 
10. Help je kinderen een gezonde, evenwichtige levenswijze te ontwikkelen. Ook hier geef je best het goede voorbeeld.